Jaargang 6
Nummer 2 - februari 2008
Dr. Rob Markus, universitair docent en onderzoeker

'Geen bewijs voor relatie suiker en hyperactiviteit'

Welke rol spelen koolhydraten in het psychisch functioneren van mensen?
"Een hele belangrijke! Koolhydraten zijn biologisch gezien heel belangrijk voor de werking en voortbestaan van ons lichaam en de hersenen. Sterker nog, koolhydraten vormen omgezet in glucose een onvervangbare brandstof voor ons brein. Elke mentale prestatie heeft onder andere glucose nodig. En voor de vorming van glucose zijn koolhydraten onontbeerlijk. Stel je voor dat je helemaal geen koolhydraten meer zou nuttigen. In theorie dan, want in de praktijk is dit niet reŰel. Dan zou het weglaten van koolhydraten niet bevorderlijk zijn voor de werking van je hersenen en voor denkprocessen zoals bijvoorbeeld de concentratie. Ik denk ook dat je stemming afneemt, en na verloop van tijd raken je brandstofbuffers op. Dat betekent dat je uiteindelijk, mentaal maar ook fysiek, in elkaar stort. Elke (hersen)cel werkt op energie verkregen uit glucose of vergelijkbare koolhydraatgerelateerde voedingselementen."

Gaan we nog een stapje verder: kunnen onze stemming en ons gedrag be´nvloed worden door wat we eten?
"Tot op zekere hoogte lijkt dat zo te zijn, ja. Kortweg denk ik dat voeding ons gedrag kan be´nvloeden zowel via een biologische als psychologische route; het is dan niet interessant om te zien welk van beide het meest van belang is maar juist hoe beide niveaus op elkaar inwerken met betrekking tot specifieke aandoeningen. Het is aannemelijk dat zowel biologische als psychologische klachten sßmen verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van psychopathologieŰn, zoals bijvoorbeeld depressie. Per slot van rekening zijn onze mentaal-emotionele handelingen (bijvoorbeeld stemming) ook gebaseerd op biologische veranderingen in onze hersenen. Voeding kan de activiteit van bepaalde processen in de hersenen, bijvoorbeeld betrokken bij stemming, be´nvloeden waardoor er een biologische relatie tussen voeding en gedrag kan ontstaan."

Ofwelů Je bent wat je eet?
"Nou, nou, ik geloof niet dat je verwordt tot wat je eet en ook niet dat wat je eet je persoonlijkheid in essentie kan bepalen. Wel geloof ik dat als je heel lang heel slecht eet, dat je dan kans loopt om ziek te worden (wat vervolgens van invloed is op je stemming en emotie) of dat wanneer je lekker eet je beter gestemd raakt. Sowieso zijn er maar een beperkt aantal voedingsstoffen waarvan is aangetoond dat ze een (subtiel maar significant) effect hebben op gedrag. Zo zie je bijvoorbeeld dat mensen zich beter gaan voelen na het nuttigen van zoete (suikerhoudende) producten. Dat is al vaak wetenschappelijk aangetoond. Zelfs baby's prefereren zoet (dan gaan ze lachen) boven bitter (dan gaan ze huilen). Ook hier is aangetoond dat voor de relatie tussen suikers en stemming zowel biologische als psychologische mechanismen verantwoordelijk kunnen zijn. We moeten zoeken hoe beide niveaus op elkaar inwerken. En hoe ze bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van eetstoornissen of depressie een rol kunnen spelen. Dat suikers dus ook iets doen in het brein, is bewezen. Dat geldt niet alleen voor suikers, ook bepaalde kruiden, cafe´ne en vitamines kunnen van invloed zijn op de hersenactiviteit. Maar, nogmaals, dergelijke voedingsmiddelen behoren tot een categorie waarvan is aangetoond dat ze slechts in bepaalde specifieke situaties, en ook nog eens als je er heel veel van inneemt, kleine verbeteringen kunnen veroorzaken. Het is allemaal heel subtiel."

Suiker speelt een belangrijk rol binnen de onderzoeken die u uitvoert. Wat vindt u van de stelling dat suiker verslavend zou zijn of hyperactiviteit zou veroorzaken?
"Laat ik vooropstellen dat ik geen enkel belang bij suiker als product heb. Daarmee bedoel ik: ik doe onafhankelijk, zuiver wetenschappelijk onderzoek, maak gebruik van verschillende dieetmanipulaties (met o.a. suiker) om specifieke hersenprocessen te be´nvloeden en breng die resultaten vervolgens naar buiten. Tot nu toe heb ik geen bewijs gezien dat suiker verslavend zou werken. Met andere woorden, suikers bevatten geen bestanddelen die inwerken op specifieke hersenprocessen betrokken bij verslaving zoals gevonden bij drugs of bij de inname van veel cafe´ne. Natuurlijk kun je wel op een andere meer emotionele manier 'verslaafd' raken aan zoet (kijk eens naar de chocoholics in de USA!). Als ik bijvoorbeeld een hele dag in een onderwijsgroep moet praten, dan neem ik tussendoor vaak een reep.



Handboek PDD-NOS Column: februari 2008

Dat vind ik lekker, en ik heb het gevoel dat ik er meer energie van krijg. Het zou dan zelfs zo kunnen zijn dat als ik mijn tussendoortje laat staan, ik misschien minder presteer vanwege mijn stemming (en wellicht vanwege de verwachting dat ik minder energiek benů). Maar je ontstemd voelen als je niet kunt nemen waar je trek in hebt of het aan-/afwezig zijn van verwachtingen is wat anders dan verslaving. Hetzelfde geldt voor de relatie tussen suiker en hyperactiviteit. Er bestaat geen wetenschappelijk bewijs die dat aantoont. Dat geldt ook voor kleurstoffen; ook van die veronderstelde relatie blijft bij zuiver wetenschappelijk onderzoek, al dan niet in het kader van experimentele psychologie, weinig overeind."

Hoe denkt u in dit licht over de populistische stelling 'suiker is het witte vergif'?
"Vergif, tja dat gaat wel ver. Toegegeven, als je teveel suikers neemt, kan dat slecht zijn voor je tanden en voor je lijn. En als je er te weinig van neemt, is dat ook weer niet goed. Maar om suiker nu het witte vergif te noemen, nee. Suikers hebben ook hele positieve effecten op de mens. Eigenlijk is elk voedingsmiddel in de kern van de zaak vergif, namelijk wanneer je er teveel van neemt. Als je te veel vetten eet, te veel nicotine inademt, te veel alcohol drinkt, dan is dat ook vergif, in de zin dat het erg slecht voor je lichaam is. Dan ga je misschien nog wel aan veel ergere dingen doodů Dus als we het over vergif hebben, dan is het erg ongenuanceerd (en selectief) om naar ÚÚn voedingsstof te wijzen. Het gaat bij gezondheid vooral om evenwicht en nuance. Teveel is gewoon niet goed."

Ter afsluiting: u heeft recentelijk onderzoek gedaan naar het effect van suiker op stress. Kunt u al een tipje van de sluier oplichten?
"Ja, dat kan. In het verleden zijn er al meerdere studies gedaan naar de effecten van suikers op de hersenen en stress. Daarbij werd gekeken naar gedragsveranderingen vˇˇr en nß stressmanipulatie. Bij dit onlangs afgeronde onderzoek werd gekeken naar de positieve effecten van suikers op gedrag tijdens stress. Daarbij werd verondersteld dat als mensen twee uur voorafgaand aan een stress-prestatietaak een suikerdrankje innamen, dat ze minder ge´rriteerd raakten en beter presteerden in vergelijking met een zoet controle (suikervrij) drankje. Globaal gezien waren de mensen met het suikerdrankje minder ontstemd tijdens de stress-prestatietaak en maakten ze minder fouten. Men kan concluderen dat de proefpersonen dank zij de suikers minder negatieve gevolgen van stress op hun gedrag ondervonden. Heel vrij vertaald: suikers laten je beter presteren onder stress. Waarom proefpersonen het drankje twee uur van tevoren moesten drinken terwijl suikerniveaus in het bloed veel sneller toenemen? Dit raakt precies de kern van de studie. We nemen aan dat suikers, indirect via toename van glucose en insuline in het bloed, de activiteit van de neurotransmitter serotonine in de hersenen verhogen. Een dergelijk effect ontstaat pas anderhalf Ó twee uur na inname. Zo lang heeft het systeem nodig om het serotonineniveau te verhogen. Glucose doet dat overigens niet zelf, maar als onderdeel van een ingenieus samenspel met insuline en aminozuren (waaronder tryptofaan). Het is dus, even eenvoudig voorgesteld, niet zo dat glucose het serotonineniveau verhoogt, maar dat glucose de impuls geeft waardoor er uiteindelijk meer bouwstof voor serotonine (tryptofaan) naar de hersenen getransporteerd kan worden. Een ingewikkeld verhaal maar bijzonder interessant. Want zo zie je dat suiker in bepaalde situaties serotonine in de hersenen kan verhogen. Of suikers gunstig zouden kunnen werken op aandoeningen die in verband worden gebracht met een verlaagde serotonine activiteit, zoals depressie, is onwaarschijnlijk. In tegenstelling tot lichte stemmingsveranderingen is bij een depressie sprake van een echte psychopathologie waarbij ook sprake is van biologische verstoringen die onmogelijk kunnen worden opgeheven door voedingsmanipulaties zoals het verhogen van suikerinname. Suikers kunnen in ieder geval gunstig werken op stemming en prestatie onder stress; in dit geval kunnen we wellicht beter spreken van een gulle 'witte gift'."

Meer info: www.suikerinfo.nl