Jaargang 24
Nummer 8 - augustus 2026
Fred de Vries - Auteur

Heeft autisme een evolutionair voordeel?

Autisme wordt vaak gezien als een typisch moderne diagnose, maar de onderliggende variatie in hersenontwikkeling is net zo oud als de mens zelf. Dit roept een fascinerende vraag op: als autisme regelmatig gepaard gaat met sociale uitdagingen, waarom is het dan niet allang verdwenen door de werking van natuurlijke selectie?

Welnu, autisme is geen simpele, enkelvoudige genetische afwijking, maar een spectrum van erfelijke varianten die samen een specifiek cognitief profiel vormen. Genetische studies tonen aan dat autisme sterk erfelijk is, met erfelijkheidspercentages tussen 70 en 90 procent[1][2]. Mildere vormen van autisme leveren doorgaans geen belangrijke nadelen op en kunnen zelfs duidelijke voordelen bieden in bepaalde domeinen van het dagelijks leven. Dit maakt de genetische bouwstenen van autisme evolutionair robuust: ze verdwijnen niet zomaar uit de menselijke populatie.

Mensen met autisme laten vaak opvallende cognitieve voordelen zien. Meerdere wetenschappelijke onderzoeken hebben aangetoond dat zij vaak uitblinken in visuele zoekvaardigheid en patroonherkenning. Zo vonden onderzoekers dat autistische proefpersonen significant sneller afwijkingen detecteren in complexe visuele taken[3]. Dit soort vaardigheden was in de prehistorie bijzonder waardevol. Het hielp bij het opsporen van voedsel, het vroegtijdig herkennen van gevaar, het volgen van sporen en het opmerken van subtiele veranderingen in de omgeving.

Daarnaast beschrijft de systemizing theory van Simon Baron-Cohen dat autisme vaak gepaard gaat met een sterk verhoogde neiging om regels, structuren en patronen te herkennen en te begrijpen[4]. Dit is nuttig voor het bouwen van werktuigen, navigatie (denk aan de ontdekkingsreizigers uit Polynesie die lange reizen van duizenden kilometers over Stille Oceaan maakten), het voorspellen van natuurlijke cycli en het oplossen van complexe problemen.

Bovendien kunnen veel mensen met autisme langdurig en intensief focussen op een enkele taak zonder snel afgeleid te raken. Dit zogenaamde 'perseveratieve cognitieve patroon' maakte hen geschikt voor taken die precisie, herhaling en diepgaande concentratie vereisten, zoals het vervaardigen en perfectioneren van stenen gereedschappen, het analyseren van dierensporen of het verfijnen van jachttechnieken[5].

De menselijke evolutie is daarom niet alleen een verhaal van individuele overleving, maar vooral van groeps-overleving. Groepen die een mix van verschillende cognitieve profielen bezaten, hadden een grotere kans om te overleven en zich aan te passen aan veranderende omstandigheden.




Handboek PDD-NOS Column: Augustus 2026

In jagers-verzamelaarsgemeenschappen, waar taken en verantwoordelijkheden breed werden gedeeld, waren sociale uitdagingen minder beperkend dan in onze huidige, sterk gestandaardiseerde en sociale samenlevingen. Een individu dat minder gericht was op sociale interactie maar wel uitzonderlijk goed was in detailanalyse of patroonherkenning, kon een cruciale bijdrage leveren aan de groep als geheel.

Dit alles past binnen het concept van balancerende selectie, waarbij bepaalde genetische varianten in de populatie blijven bestaan omdat ze in sommige contexten duidelijke voordelen opleveren, ook al brengen ze in andere situaties kosten met zich mee[6]. Deze evolutionaire paradox is beter te begrijpen wanneer we het in en bredere context bekijken. De genen die bijdragen aan autisme zijn wijdverspreid en komen ook veel voor bij mensen zonder de diagnose van autisme. Mildere varianten leveren voordelen zonder de volle last van de nadelen. Bovendien waren de reproductieve en sociale kosten van autisme in prehistorische tijden waarschijnlijk lager dan vandaag.

Onderzoek heeft bovendien laten zien dat veel autisme-gerelateerde genen een belangrijke rol spelen bij synaptische ontwikkeling en neurale plasticiteit. Dat zijn processen die cruciaal zijn voor de ontwikkeling van complexe menselijke intelligentie[7]. Met andere woorden: de evolutie van onze geavanceerde hersenen heeft onbedoeld ook de kans op autistische cognitieve profielen vergroot.

Autisme blijft dus bestaan omdat de genetische variaties, die eraan ten grondslag liggen, waardevolle voordelen bieden in specifieke cognitieve domeinen. Die voordelen waren in het verre verleden essentieel voor de overleving van onze soort en blijven dat in de moderne wereld, met name in wetenschap, techniek, kunst, innovatie en vele andere specialistische beroepen.

Autisme is daarom geen evolutionaire fout die door natuurlijke selectie had moeten worden weggefilterd. Het is een stabiele, terugkerende vorm van menselijk denken en waarnemen die onze soort mede heeft gevormd en verrijkt.

[1] Sandin et al: The familial risk of autism in JAMA : 2014
[2] Tick et al: Heritability of autism spectrum disorders: a meta-analysis of twin studies in Journal of Child Psychology and Psychiatry – 2016.
[3] O'Riordan et al: Superior visual search in autism in Journal of Experimental Psychology : 2001.
[4] Baron-Cohen, The Essential Difference - 2003.
[5] South et al: The relationship between executive functioning, central coherence, and repetitive behaviors in the high-functioning autism spectrum in Autism : 2007.
[6] Keller, Miller: Resolving the paradox of common, harmful, heritable mental disorders: which evolutionary genetic models work best? in Behavioral and Brain Sciences : 2006.
[7] Geschwind, State: Gene hunting in autism spectrum disorder: on the path to precision medicine in Lancet : 2015.