Jaargang 24
Nummer 7 - juli 2026
Fred de Vries - Auteur

ADHD en meervoudig onverzadigde vetzuren

De verhouding tussen omega-6- en omega-3-vetzuren speelt een belangrijke rol in de gezondheid van het menselijk brein. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de mens gedurende miljoenen jaren evolueerde op een voedingspatroon waarin de verhouding tussen omega-6 en omega-3 ongeveer 1:1 bedroeg[1]. Deze balans had nogal wat invloed de ontwikkeling van onze genetische opmaak en daardoor ons lichaam, hersenen en gedrag.

Het voedingspatroon van onze voorouders bestond grotendeels uit wilde planten, noten, bessen, vis en af en toe vlees van gevangen en geslachte zoogdieren. Deze voedingsmiddelen leverden zowel omega-6- als omega-3-vetzuren in ongeveer gelijke hoeveelheden. Hierdoor ontstond een evenwichtige productie van signaalstoffen die betrokken zijn bij ontstekingsreacties, immuunfunctie en cardiovasculaire gezondheid.

In de afgelopen honderd jaar is dit evenwicht echter sterk veranderd. Door de opkomst van grootschalige landbouw, de grootschalige productie van diverse soorten plantaardige olie, zoals palmolie en kokosolie, en het gebruik van granen als veevoer is de inname van omega-6-vetzuren sterk toegenomen, terwijl de consumptie van omega-3-vetzuren iets afnam. In moderne westerse voedingspatronen is de verhouding vaak 15:1 of zelfs nog hoger.

Volgens de onderzoeker kan die hoge verhouding tussen omega-6 en omega-3-bijdragen aan chronische subklinische ontstekingen en daarmee het risico verhogen op aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten, bepaalde vormen van kanker en auto-immuunziekten. Een lagere verhouding, waarbij de inname van omega-3-vetzuren wordt verhoogd en een overmaat aan omega-6 wordt beperkt, lijkt juist beschermende effecten te hebben. Diverse studies laten zien dat verhoudingen tussen ongeveer 2:1 en 4:1 gunstige effecten kunnen hebben op ontstekingsprocessen en cardiovasculaire gezondheid.

De evolutionaire geschiedenis van de mens suggereert daarom dat niet alleen de hoeveelheid vetten belangrijk is, maar vooral ook de balans tussen omega-6 en omega-3. Het herstellen van een meer evenwichtige verhouding kan bijdragen aan een voedingspatroon dat beter aansluit bij onze biologische oorsprong.

Honderd jaar is natuurlijk veel te kort voor ons lichaam om zich evolutionair aan te passen aan de veranderende omstandigheden. Het enige dat ons rest is terugkeren naar een voedingspatroon dat lijkt op dat van vroeger. Daarbij is het zo geroemde Mediterrane voedingspatroon een goed voorbeeld. En een goed voorbeeld doet goed volgen, nietwaar?




Handboek PDD-NOS Column: Juli 2026

Een recent onderzoek bekeek de mogelijke meerwaarde van gamma-linolenzuur (GLA), een omega-6-vetzuur, naast omega-3-vetzuren (EPA en DHA) bij de behandeling van ADHD en daarmee gerelateerde symptomen[2].

GLA is een essentieel omega-6-vetzuur dat voorkomt in natuurlijke olies van, bijvoorbeeld, borage, zwarte bessen en teunisbloem. In het lichaam wordt GLA omgezet in dihomo-gamma-linolenzuur (DGLA), dat anti-inflammatoire metabolieten produceert, waaronder prostaglandine E1 en 15-hydroxyeicosatrienoisch zuur (15-HETrE). Deze stoffen remmen ontstekingsprocessen en kunnen oxidatieve stress verminderen, factoren die vaak een rol spelen bij neuroontwikkelingsstoornissen zoals ADHD.

Traditioneel ligt de focus bij ADHD-suppletie vooral op omega-3-vetzuren (EPA en DHA), die belangrijk zijn voor de hersenstructuur, de functie van die hersenen en de neurotransmitterbalans. Alleen omega-3 is echter vaak onvoldoende effectief. GLA-suppletie alleen kan leiden tot een ongewenste stijging van arachidonzuur (ARA), een pro-inflammatoir vetzuur. Door GLA te combineren met EPA en DHA wordt deze omzetting geremd, terwijl de gunstige DGLA-opbouw in immuuncellen behouden blijft.

Het onderzoek concludeert dat een combinatie in een verhouding van ongeveer 9:3:1 (EPA:DHA:GLA) het meest veelbelovend lijkt. Verschillende andere studies tonen bij deze verhouding verbeteringen aan in aandacht, hyperactiviteit, impulsiviteit en algeheel functioneren bij kinderen en jongeren met ADHD. Deze aanpak ondersteunt niet alleen de ontstekingsremming, maar ook de neuroprotectieve en cognitieve effecten van de meervoudig onverzadigde vetzuren.

Hoewel meer grootschalig onderzoek nodig is, wijst dit op een interessante, synergetische rol voor GLA in gebalanceerde PUFA-supplementen. De EPA/DHA/GLA 9:3:1 formule werd niet alleen bestudeerd als standalone, maar ook als adjuvans bij ADHD-medicijnen, zoals methylfenidaat. Opvallend was een betere respons en beduidend minder nevenwerkingen. Voor ouders en behandelaars kan dit een veilige, op je dagelijkse voeding gebaseerde aanvulling op een brede begeleidingsaanpak zijn. Het onderzoek benadrukt het belang van een gebalanceerde omega-6/omega-3-inname in de moderne voeding, waar deze verhouding vaak scheefgegroeid is.

[1] Simopoulos: The importance of the ratio of omega-6/omega-3 essential fatty acids in Biomedicine and Pharmacotherapy : 2002
[2] D'Helft et al: Relevance of Omega-6 GLA Added to Omega-3 PUFAs Supplements for ADHD: A Narrative Review in Nutrients : 2022.