ONTWIKKELINGS-CHECKLIST

12 maanden

Sociaal/emotioneel:
Geeft dingen op verzoek;
Imiteert handgebaren en gelaatsuitdrukkingen, zoals zwaaien, klappen van handen, dichtdoen van ogen;
Helpt bij het aankleden door de armen uit te steken voor de mouwen en door de voeten uit te steken voor het aandoen van de schoenen;
Zoekt en vindt gemakkelijk verstopt speelgoed;
Is hartelijk ten opzichte van bekenden.

Fijne motoriek:
Houdt de lepel vast, maar heeft hulp nodig bij het gebruik;
Doet blokken in en uit een kleine doos;
Gebruikt de duim en wijsvinder om kleine dingen of kleine stukjes eten op te pakken;
Wijst met de wijsvinger naar gewenste dingen;
Gebruikt beide handen gemakkelijk, maar kan een voorkeur voor ntje hebben.

Grove motoriek:
Trekt zich op tot een staande positie en laat zich zakken door meubilair vast te houden;
Kan een paar seconden los staan;
Zit een onbepaalde tijd stevig;
Kan kruipen;
Kan onafhankelijk lopen.

Communicatie:
Imiteert ouders, die op speelse wijze geluid maken;
Herkent eigen naam en draait om naar een spreker als het die naam hoort;
Voldoet aan eenvoudige aanwijzingen: geef maar aan mamma', 'kom bij pappa', 'klap in je handjes';
Brabbelt een hoop met ritme en variaties in toonhoogte.

Zicht:
Herkent bekenden op een afstand van vijf meter of meer;
Kijkt gespannen naar klein speelgoed dat over de grond wordt bewogen op een afstand van een meter of drie.

18 maanden

Sociaal/emotioneel:
Drinkt uit een beker die met twee handen wordt vastgehouden;
Drinkt uit een beker zonder te knoeien;
Doet schoenen uit, sokken uit, muts af;
Doet bekende activiteiten na, zoals (bijv) vegen, afstoffen, boek lezen;
Heeft plezier met zichzelf, maar is het liefst bij een volwassene;
Wisselt tussen onafhankelijkheid en afhankelijkheid van de verzorger.

Fijne motoriek:
Krabbelt met een potlood op papier;
Kan een toren met drie blokken bouwen nadat dit is voorgedaan;
Grijpt kleine dingen en voedsel nadat het gezien is;
Onderzoekt zaken meer met de handen dan met de mond.

Grove motoriek:
Sleept en duwt met grote dingen;
Loopt, maar met de voeten ietsje uit elkaar;
Kan twee dingen tegelijk doen - n ding dragen en ermee lopen;
Klimt in een stoel, draait het lichaam en gaat erin zitten;
Kan achterwaarts de trap af kruipen.

Communicatie:
Spreekt 6 tot 20 herkenbare woorden;
Vindt slaapliedjes leuk en doet mee;
Zegt het laatst gesproken woord na dat tegen hem gezegd is;
Praat tegen zichzelf wanneer het speelt;
Heeft plezier aan plaatjesboeken;
Kan twee of drie onderdelen (bijv: ogen, neus, haar, voeten) aanwijzen van zichzelf of een pop.

Zicht:
Houdt de ogen gericht op een rollende bal, die een meter of drie weg is en kan deze terughalen;
Wijst buiten verre dingen aan.

24 maanden

Sociaal/emotioneel:
Gebruikt zijn lepel om zelf te eten;
Kauwt zijn eten goed;
Drinkt uit een beker en herplaatst deze op de tafel;
Is erg bezitterig over speelgoed - wil deze eigenlijk niet delen;
Speelt bij, maar niet met andere kinderen;
Klit aan verzorger wanneer het vermoeid of bang is;
Kan explosief uit zijn humeur raken wanneer het gefrustreerd raakt, maar kan daaruit gemakkelijk wordt afgeleid;
Vraagt veel aandacht van de verzorger.

Fijne motoriek:
Verwijdert de wikkel van een snoepje of reep;
Bouwt een toren van zes blokken;
Kan een verticale streep op papier natekenen;
Slaat n pagina per keer om;
Pakt hele kleine dingetjes (bijv: kruimels) op.

Grove motoriek:
Loopt op hele voet, maar kan gemakkelijk stoppen, starten en om obstakels heenlopen;
Klimt de trap op en houdt zich vast aan de leuning (gebruikt twee stappen voor iedere trede); Werpt een kleine bal;
Loopt tegen een grote bal aan wanneer het deze wil schoppen.

Communicatie:
Doet doe-alsof-spelletjes;
Gebruikt 50 of meer herkenbare woorden;
Zet twee of meer woorden achter elkaar om een zin te vormen;
Vraagt constant: Wat is dit?
Doet actief mee aan slaapliedjes en andere kinderliedjes;
Gebruikt eigen naam om over zichzelf te praten;
Wijst op en herhaalt de namen van lichaamsdelen, zoals ogen, neus, mond, haar, voeten;
Begrijpt eenvoudige verzoeken en gesprekken.

Zicht:
Benoemt zijn speelgoed op een afstand van een meter of twee;
Heeft plezier in het kijken in plaatjesboeken en wijst op verzoek details aan.

36 maanden

Sociaal/emotioneel:
Eet met mes, vork en lepel;
Wast handen, maar heeft nog hulp nodig bij het afdrogen;
Is overdag droog en soms 's nachts;
Speelt binnen en buiten met andere kinderen;
Is hartelijk naar jongere kinderen;
Wil volwassenen helpen met liedjes zingen;
Doet de broek aan, maar kan nog geen knopen vastmaken;
Werkt gewoonlijk mee;
Deelt speelgoed met anderen.

Fijne motoriek:
Bouwt een toren van 9 blokken;
Bouwt een brug van 3 blokken na;
Kan een cirkel met potlood op papier natekenen;
Tekent een figuurtje van een mens, dat lijkt op een hoofd met n of twee herkenbare kenmerken;
Verft met een grote kwast;
Maakt een vuist en gaat met de duim heen en weer.

Grove motoriek:
Wisselt de voeten bij het oplopen van de trap (gaat nog wel met twee passen per trede naar beneden);
Rijdt op een driewieler;
Loopt op de tenen;
Staat op n been als dat wordt voorgedaan;
Springt van de laatste trede van de trap.

Communicatie:
Geeft volledige naam, sekse, leeftijd, wanneer daarom gevraagd wordt;
Vraagt voortdurend: Wie?, Wat?, Waar?
Heeft plezier aan het luisteren naar verhaaltjes en wil favorieten steeds opnieuw horen;
Zingt slaapliedjes na;
Gebruikt meervoud;
Gebruikt een grote woordenschat, maar de spraak kan onjuiste articulaties bevatten;
Doet mee aan eenvoudige gesprekken;
Praat over vroegere ervaringen;
Gebruikt de persoonlijke voornaamwoorden, zoals ik, mij en jou, correct;
Wil graag over zichzelf en eigen ervaringen praten. Een beetje stotteren is dan niet ongewoon.

Zicht:
Benoemt twee tot drie primaire kleuren (gewoonlijk rood en geel).

48 maanden

Sociaal/emotioneel:
Eet goed met lepel en vork; Kleedt zichzelf aan, behalve veteren, knopen op de rug en sommige sluitingen;

Gaat liever om met andere kinderen dan met de ouders;
Begrijpt het concept van op zijn beurt wachten.

Fijne motoriek:
Kan klosjebreien als de draad eerst door de naald is gehaald;
Bouwt een toren van tien of meer blokken;
Gebruikt een potlood met goede controle;
Tekent een 'O' (cirkel), '+' (plus) en 'V' na;
Tekent een huis.

Grove motoriek:
Kan buigen en de tenen aanraken zonder de knien te buigen;
Houdt van veel balspelletjes;
Rent op de tenen;
Klimt, glijdt en slingert veel;
Loopt vaardig op een dunne lijn of scheuren in het trottoir;
Kan acht seconden op n been (elke voet) staan;
Kan twee meter hinkelen (elke voet).

Communicatie:
Vertelt met elkaar te maken hebbende verhaaltjes over gebeurtenissen uit het verleden;
Kan naam, adres en leeftijd opgeven (kan dit laatste aangeven met de vingers);
Vraagt constant: Waarom?, Wat?, Hoe?, Wanneer?;
Kent verschillende slaapliedjes en kan deze herhalen of goed nazingen;
Telt tot twintig;
Houdt van grapjes maken;
Houdt van rustig luisteren naar verhaaltjes;
Spreekt grammaticaal correct en vertoont slechts een paar omdraaiingen (de r-l-w-y-groep, de p-t-f-s-groep of de k-t-groep);

60 maanden

Sociaal/emotioneel:
Kleedt zich zonder hulp aan en uit;
Gebruikt mes en vork zonder problemen;
Wast en droogt de handen en het gezicht;
Kiest eigen speelkameraadjes;
Is beschermend ten opzichte van jongere kinderen en dieren;
Begrijpt spelregels en het concept van fair play;
Toont een gevoel van humor;
Begrijpt de noodzaak van opruimen, maar dient daar vaak aan herinnerd te worden;
Ervaart angst (bijv: voor honden, vallen, fysiek gevaar);
Peutert in de neus, bijt op de nagels;
Zuigt alleen op de duim voor het slapen gaan of bij vermoeidheid.

Spraak en taal:
Spreekt vloeiend, behalve enkele onjuiste uitspraken (s, v, f, t);
Geeft de volledige naam, leeftijd, verjaardag, adres;
Definieert concrete woorden door middel van hun functie;
Vraagt naar de betekenis van abstracte woorden en onbekende woorden;
Houdt van het opzeggen van rijmpjes;
Houdt van voorlezen van verhalen en speelt deze later na.

Visuele motorieke vaardigheden:
Doet een draad door een grote naald en maakt echte steken;
Tekent/schrijft een cirkel, vierkant, kruis, en de hoofdletters V, T, H, O, X, L, Y, U, C en A na;
Tekent een huis met de volgende kenmerken: vorm, deur, ramen, schoorsteen en dak;
Tekent een persoon met de volgende kenmerken: hoofd, armen, benen en romp;
Tekent een reeks andere dingen, die de ouder vooraf heeft benoemd;
Gebruikt op de juiste wijze kwast, krijt en potlood;
Kleurt binnen de lijntjes;
Weet 10 kleurpotloden bij elkaar te stoppen;
Benoemt tenminste vier primaire kleuren;
Maakt bouwsel van tenminste 10 blokken.

Motorieke ontwikkeling:
Kan op een smalle lijn lopen zonder evenwichtsverlies;
Klimt, slingert en rent vaardig;
Beweegt ritmisch op muziek;
Staat ten minste 10 seconden lang op n been (elke voet) met de armen voor de borst gekruist;
Hinkelt n tot twee meter op elk been;
Houdt van balspelen, begrijpt regels, positiespel en scoren;
Buigt en raakt de tenen aan zonder de knien te buigen;
Grijpt je stevig met een hand vast;
Kan lichtvoetig op de tenen lopen.